iPractice biedt iedereen:

Schematherapie schema's en mode

Auteur : Mirte Verkuijlen

Laatst geüpdatet: 9 november 2021
In de schematherapie spreken we van schema’s en modi. In dit artikel lees je wat dit zijn en hoe ze met elkaar samenhangen. Bovendien vind je hier een compleet overzicht van de schema’s en modi. Lees verder.

In dit artikel

 

iPractice biedt iedereen:

Wat zijn schema’s en modi?

Jouw schema’s bepalen de manier waarop je kijkt naar je zelf, anderen en de wereld om je heen. Schema’s bestaan uit overtuigingen, herinneringen,  lichamelijke gewaarwordingen en emoties. De meeste schema’s ontstaan in je kindertijd. Ze worden gevormd door jouw ervaringen uit je jeugd, je temperament en de mate waarin aan jouw basisbehoeften is voldaan.

Basisbehoeften van een kind

Positieve ervaringen geven je functionele schema’s die je vooruit helpen in het leven. Schema’s waar je iets aan hebt. In sommige gevallen functioneren schema’s niet. Dit gebeurt wanneer je iets hebt gemist in je jeugd en er niet aan al jouw basisbehoeften is voldaan. Ieder kind heeft tenslotte behoefte aan onder andere veiligheid, geborgenheid en liefde. Deze niet functionerende schema’s noemen we ook wel ‘valkuilen’ of ingesleten patronen.

De invloed van schema’s op jouw gemoedstoestand

Jouw schema’s zorgen ervoor dat je jezelf in een bepaalde modus bevindt: een bepaalde versie van jezelf. Modi (het meervoud van een modus) zijn tijdelijke gemoedstoestanden afhankelijk van het geactiveerde schema. Je kunt jezelf voor kortere of langere tijd in een bepaalde gemoedstoestand bevinden. En ze wisselen elkaar af. Een schema dat niet functioneert brengt jou in een negatieve modus. Een gemoedstoestand die jou tegenwerkt.

Hoe werkt schematherapie?

Bij schematherapie werk je samen met de therapeut aan het doorbreken van ingesleten patronen (schema’s). Het is een vorm van therapie die onder andere werkt bij persoonlijkheidsstoornissen, depressieve stoornissen, eet- of angststoornissen.

Lees hier alles over schematherapie

Welke schema’s zijn er?

Er zijn 18 verschillende schema’s, welke zijn onderverdeeld in 5 domeinen. Hieronder vind je een overzicht van de schemadomeinen met de bijbehorende schema’s:

Schemadomein 1 | Onverbondenheid en afwijzing
Wanneer je in jouw jeugd te weinig bescherming, geborgenheid en veiligheid hebt ervaren, voel je je al snel onveilig bij of afgewezen door anderen. Schema’s die hierbij passen zijn:

  • Verlating/instabiliteit: Het ervaren van de onbetrouwbaarheid van de aanwezigheid van belangrijke mensen om je heen. Je bent bang geliefden te verliezen.
  • Wantrouwen/misbruik: Je gaat ervan uit dat pijn opzettelijk wordt toegebracht. Je verwacht dat anderen je zullen misbruiken of vernederen, bedriegen of pijn doen.
  • Emotioneel tekort: Je gaat ervan uit dat anderen onvoldoende aan je verlangens naar emotionele steun, warmte, en aandacht tegemoet zullen komen.
  • Tekortschieten/schaamte: Je voelt je minderwaardig, zwakker en minder de moeite waard dan anderen. Je bent gevoelig voor afwijzing en kritiek. In gezelschap van anderen voel je jezelf onzeker en niet op je gemak.
  • Sociaal isolement / vervreemding: Je hebt het gevoel er niet bij te horen. Je maakt voor je gevoel geen onderdeel uit van ‘de groep’.

Schemadomein 2 | Verzwakte autonomie en verzwakt functioneren
Te weinig vrijheid om zelfstandig beslissingen te mogen nemen in je jeugd, kan leiden tot dit niet-functionerende schema. Je opvoeders hadden weinig vertrouwen in jouw denken of doen. Of je groeide op in een weinig stimulerende omgeving. Schema’s die horen bij dit schemadomein zijn:

  • Afhankelijkheid / incompetentie: Je bent ervan overtuigt dat je niet in staat bent zelfstandig te handelen bij alledaagse dingen. Je bent bijvoorbeeld bang dat je niet zonder hulp van anderen kunt bij het oplossen van problemen of zorgen voor jezelf.
  • Kwetsbaarheid voor ziekte en gevaar: Je bent overdreven angstig dat je getroffen wordt door een ramp, een ziekte of bijvoorbeeld een neerstortend vliegtuig.
  • Kluwen / onderontwikkeld zelf: Je bent dusdanig emotioneel betrokken bij je ouders of opvoeders, waardoor je als individu te weinig ontwikkeld bent. Je hebt de overtuiging dat je zonder het kluwen niet kunt overleven of gelukkig zijn.
  • Mislukken: Je bent ervan overtuigd dat je mislukt bent. Alle anderen zijn beter dan jij. Je denkt dat je dom bent en je ervaart geen successen.

Schemadomein 3 | Verzwakte grenzen
Verzwakte grenzen ontstaan bijvoorbeeld wanneer er in het gezin te weinig grenzen werden gesteld. Of wanneer er niet genoeg richting werd gegeven. Ook wanneer het gevoel van ‘meer zijn dan een ander’ heerste in het gezin, leidt dit mogelijk tot verzwakte grenzen. Schema’s die horen bij dit domein zijn:

  • Veeleisendheid / grootsheid: Je hebt de overtuiging dat je meer bent dan een ander. Dat je recht hebt op privileges of je niet aan bepaalde regels hoeft te houden. Dit resulteert bijvoorbeeld in gedrag waarbij je jouw eigen zin doordrijft, zonder dat je jezelf zorgen maakt om de behoeften van een ander.
  • Onvoldoende zelfcontrole / zelfdiscipline: Je vermijdt ongemak als pijn, confrontaties of verantwoordelijkheden. Ook als dat ten koste gaat van jezelf.

Schemadomein 4 | Gerichtheid op anderen
Gerichtheid op anderen ontstaat wanneer je als kind enkel onder bepaalde voorwaarden geaccepteerd werd. Je moest je bijvoorbeeld voorbeeldig gedragen om de liefde te ontvangen. Schema’s in dit domein zijn:

  • Onderwerping: Je schuift eigen behoeftes en verlangens gemakkelijk aan de kant om waardering van de ander te krijgen. Een ander gevolg is dat je emoties zoals woede verdringt, waardoor je de boosheid opkropt en passief-agressief wordt.
  • Zelfopoffering: Je bent steeds bezig met het voldoen aan de behoeften van een ander en wilt daarmee een schuldgevoel bij jezelf voorkomen.
  • Goedkeuring / erkenning zoeken: Je bent overmatig bezig met het zoeken naar goedkeuring of aandacht van anderen. Je zelfwaardering is hiervan afhankelijk.

Schemadomein 5 | Overmatige waakzaamheid en inhibitie
Van overmatige waakzaamheid of inhibitie is sprake wanneer je spontaniteit en impulsen onderdrukt door (zelf)opgelegde regels of verwachtingen. Wanneer dit ten koste gaat van je eigen plezier en levensgeluk is dit onwenselijk. Schema’s uit dit domein ontstaan bijvoorbeeld wanneer in een gezin erg streng werd opgetreden of gestraft. Dit leidt in sommige gevallen tot prestatiedrang of perfectionisme. Schema’s die hierbij passen zijn:

  • Negativisme / pessimisme: Je gedachten richten zich op de negatieve aspecten van het leven. Je bagatelliseert positieve gedachten.
  • Emotionele inhibitie: Om afkeuring of schaamte te voorkomen onderdruk je spontaniteit, gevoelens of je behoefte om te communiceren.
  • Strenge normen / overkritisch zijn: Je hebt de overtuiging dat je perfect moet zijn. Dat je aan de hoogste maatstaven moet voldoen.
  • Bestraffendheid: Je hebt moeite met het vergeven van jezelf of anderen. Je hebt de overtuiging dat fouten streng bestraft moeten worden. Je bent snel ongeduldig of boos wanneer anderen niet aan je verwachtingen voldoen.


Welke modi zijn er?

Er zijn 20 verschillende modi; de gemoedstoestanden die optreden als gevolg van een geactiveerd schema. Ook deze zijn weer onder te verdelen in groepen. Hieronder vind je een overzicht van de modi:

Kindermodi

  • Kwetsbare kind: Je voelt je bijvoorbeeld eenzaam, vertwijfeld, hulpeloos, waardeloos, kwetsbaar.
  • Woedende kind: Je voelt je intens kwaad of ongeduldig, wanneer niet aan je behoeften wordt voldaan.
  • Razende kind: Je heb je woede niet meer onder controle en brengt anderen of voorwerpen schade toe.
  • Impulsieve kind: Op een egoïstische of ongecontroleerde manier ga je te werk om je eigen zin te krijgen. Je hebt geen geduld en doet iets voordat je hebt nagedacht.
  • Ongedisciplineerde kind: Je kan je er niet toe zetten om dingen die je vervelend vindt te doen. Heeft het je interesse niet? Dan kun je het niet opbrengen.
  • Blije kind: Je bent tevreden, blij en voelt je geliefd. Een veilig en begrepen gevoel. Je voelt je sterk en hebt zelfvertrouwen.

Onaangepaste coping modi

  • Willoze inschikkelijke: Je staat toe dat een ander boven je staat en je offert je op voor de ander.
  • Onthechte beschermer: En je blokkeert je eigen gevoelens en behoeften.
  • Onthechte zelfsusser: Je verdooft jezelf met kalmerende middelen of activiteiten, om je beter te voelen.
  • Zelfverheerlijker: Je maakt jezelf groter om je niet klein te hoeven voelen. Je gedraagt je egoïstisch of bent neerbuigend ten opzichte van anderen.
  • Pest en aanval: Om te voorkomen dat je zelf gekwetst of gecontroleerd wordt, kwets en beheers je de ander. Onder het mom van ‘aanval is de beste verdediging’.

Onaangepaste ouder modi

  • Straffende ouder: Je straft jezelf of anderen. Dit kan zich uiten in zelfverwonding. Je vindt dat je straf verdient.
  • Veeleisende ouder: Alleen perfect is goed genoeg. Je wilt alles op orde hebben en extreem hoge eisen aan jezelf, want je mag geen fouten maken.

Gezonde volwassene modus

  • Gezonde volwassene: In deze modus ben je zorgzaam en waardeer je anderen en jezelf. Je stelt grenzen aan kindermodi. Je bestrijdt en vervangt zo nodig onaangepaste coping of onaangepaste ouder modi. De gezonde volwassene ondersteunt gezond gedrag en functioneren zoals werken, verzorgen en opvoeden en het nemen van verantwoordelijkheid. Je komt op voor wat je wilt, zonder dat je daarbij overdrijft of een ander tekort doet.

Om erachter te komen in welke modi jij je veel bevindt, vul je een vragenlijst in. Dit is de Schema Mode Inventory (SMI). Er zijn nog enkele andere modi, welke (nog) niet in deze lijst zijn opgenomen:

  • Boze beschermer: In de boze beschermer modus ben je ervan overtuigd dat het gevaarlijk is om je gevoelens toe te laten of je mening te uiten. Je houdt anderen op afstand met vijandig of nors gedrag, omdat je bang bent gekwetst te worden.
  • Overcontroleerder: Je vertrouwt niemand en zoekt overal iets achter. Je bent overwaakzaam.
  • Paranoide modus: Je wilt jezelf beschermen tegen dreiging die je ervaart (terecht of onterecht). Je vertrouwt niemand en denkt dat andere mensen je vijand zijn.
  • Bedrog en manipulatie: In deze modus lieg en bedrieg je en doe je jezelf anders voor, met als doel je eigen behoeften te vervullen.
  • Roofdier: Iemand in roofdier modus elimineert zijn of haar vijand of obstakel, op meedogenloze, emotieloze wijze.
  • Aandacht en erkennigszoeker: Je vertoont overdreven gedrag om de aandacht en erkenning van andere mensen te zoeken.

 

Persoonlijk advies van een psycholoog?

Niet iedere modus is een fijne modus om je in te bevinden. Herken je jezelf in bovengenoemde patronen en staan deze jou herhaaldelijk in de weg? Schematherapie kan helpen ingesleten patronen te doorbreken.

Ben je benieuwd naar wat schematherapie voor jou kan doen? Neem gemakkelijk en snel online contact op met een psycholoog, of bel. Zo kom je erachter of schematherapie iets voor jou kan betekenen. iPractice biedt jou een deskundig advies en professionele hulp waar en wanneer jij dat wilt.

Auteur : Mirte Verkuijlen

GZ-Psycholoog

“Bij schematherapie leren we je patronen te herkennen, zodat je deze ook daadwerkelijk kunt doorbreken“

Psychologen ervaren in schematherapie behandeltrajecten

Psycholoog Zoila Knel iPractice

Myrna Rood

Psycholoog Zoila Knel iPractice

Maartje Smakman

Psycholoog Zoila Knel iPractice

Iris Appelman

Psycholoog Zoila Knel iPractice

Annemarie de Boer

Aan de slag met een professional?

Neem vandaag nog vrijblijvend contact op met 1 van onze psychologen om te praten over jouw klachten en krijg informatie over een passend behandelprogramma.